Vestigingen
Amsterdam, IJmuiden, Zandvoort/Bentveld, Breda & Groningen
Dagelijks open behoudens woensdag & zaterdag. Check via Locaties & Contact, bel ons of schrijf via
Mail

Echt of nep HP De Tijd

De LC2 fauteuil die Le Corbusier in 1928 ontwierp, bestaat uit een vijftal zwarte leren kussens, bijeengehouden door een verchroomde beugel. De stoel maakt deel uit van een in dezelfde stijl uitgevoerde serie, waarvan het breedste model een driezits bank is met de type aanduiding LC3. De bank is, net als alle andere meubels van Le Corbusier, nog altijd nieuw te koop. Fabrikant is Cassina, wie zesduizendzevenhonderdnegentig euro plus btw neertelt hoeft voor de aflevering aan huis niet te betalen. Maar het is ook mogelijk om voor een bedrag ter hoogte van de btw op de Cassina-prijs een LC3 bank te kopen. Alleen heet de fabrikant dan geen Cassina en moet er wel betaald worden voor het transport. Ongeveer dezelfde rekensom is van toepassing op de LC2 fauteuil die in de Cassina-uitvoering 3730 euro kost, maar via (bijvoorbeeld) de Italiaanse, viertalige website van Bauhaus-stars in de sector timeless classics ook te betrekken is voor 659 euro exclusief de transportkosten vanuit Italië. Uiteraard zijn er verschillen. Er zijn namelijk veel fabrieken die zich op de tijdloze klassiekers hebben toegelegd en niet alleen in Italië, maar ook in China en andere landen. Het belangrijkste verschil is in de eerste plaats een licentie. Die hebben al die andere fabrieken niet en die is trouwens ook niet altijd nodig om toch binnen de wet te opereren: Italië bijvoorbeeld kent geen copyrightbescherming als het om meubels gaat en ook in Spanje en Engeland zit de wet op dat punt anders in elkaar. Dan zijn er uiteraard verschillen in kwaliteit. Alleen bij de allerbeste kwaliteit fabrikaten moet de kenner even de vingers langs de onderkant van het frame aan de zijkant van een LC2 of LC3 laten glijden om te voelen of daarin de door Cassina aangebrachte handtekening van de ontwerper gegraveerd staat, slechte kopieën daarentegen zijn van veraf al te herkennen aan verkeerde maatvoeringen en afwijkende materialen. De levendige Nederlandse handel in Le Corbusier meubilair mag zich verheugen in de waakzame aandacht van de officiële vertegenwoordiging. Onlangs nog kreeg een winkelier die een verkleinde, verlaagde LC3 bestemd voor de hond in de etalage zette, het op gevoelige wijze aan de stok met de advocaat van Cassina, een ervaring die Casey Godrie tien jaar geleden al te beurt viel. Als pionier in de handel in tweedehands design meubilair had Godrie in tien jaar tijd een aantal winkels in verschillende Nederlandse steden gesticht. Bebob design was –en is- een begrip in Amsterdam, al twintig jaar geleden kon men er terecht voor het populaire vintage Gispen meubilair waar de woonglossies toen vol van stonden. “Dat was voordat de fabriek zelf met replica’s kwam,” herinnert Godrie zich. De hevige aandacht voor design was er toen alleen nog plaatselijk, het lukte regelmatig en op grote schaal om in de hoofstad voor duizend gulden een stoel te verkopen die elders letterlijk van de schroothoop geplukt was. Naast het gebruikte meubilair begon Godrie met de import van nieuwe ‘klassiekers’ uit Italië. “Ik kreeg keurige brochures van Italiaanse fabrieken toegstuurd en ik ben mij eens gaan verdiepen in de diverse prijs/kwaliteit verhoudingen. Als die klopte bestelde ik en werd alles keurig geleverd inclusief alle btw-facturen. Tot er op een kwade dag een inval van de politie kwam. Er werd meubilair in beslag genomen. Aanleiding was een vlinderstoeltje van Arne Jakobsen, een kratstoel van Rietveld die ik gekocht had van een oudere man die mij nog een foto van zichzelf als kind op datzelfde stoeltje had laten zien en het losse onderstuk van een loungestoel van Le Corbusier, in de winkel achtergelaten door iemand die later nog de rest van de stoel zou komen brengen Of ik maar even wilde aantonen dat het allemaal geen kopieën waren. Ik kon dat niet en ik werd zwaar beboet, het heeft mij een ton gekost. Achteraf heb ik zelfs nog een epistel moeten tekenen dat ik ook thuis geen replica’s zou neerzetten. Helaas was ik in die tijd nog niet zo bedreven in yoga en meditatie als nu en was ik er goed beroerd van.” Door de actie van Cassina was voor Godrie naast een groot deel van het bedrijfsresultaat ook een groot deel van de lol weg. Door de dreiging van schadeclaims was Bebob design op slag ingrijpend veranderd. Van een aantal topstoelen –nieuw en gebruikt- zakte de verkoop in van veertig naar twee per jaar en het was voortaan een riskante, bijna onmogelijke zaak om nog tweedehands in te kopen. Godrie: “Veel fabrikanten zijn om kopiëren tegen te gaan hun producten gaan merken met ingegraveerde nummers en handtekeningen. Maar vaak gebeurde dat in de beginperiode van de productie nog niet. Zo loop je dus het risico dat je een echte klassieker koopt en ‘m vervolgens moet laten vernietigen omdat je de echtheid ervan niet kunt aantonen met nummers, handtekeningen en papieren.” In de winkel van Bebob staat tussen veel onomstreden design nog één Barcelonastoel van Ludwig Mies van der Rohe en wel in de officiële uitvoering van licentiehouder Knoll International. “Tien jaar terug wist ik van welke fabriek De Bijenkorf en The Frozen Fountain hun Barcelonastoel kopieën hadden en schepte ik er een eer in om een nog betere uitvoering in te kopen, maar in de tussentijd heeft Knoll mij beleefd doch dringend laten weten dat ik het beter bij het origineel kan houden en dat doe ik dan ook maar.” Het was Godrie tien jaar geleden al duidelijk dat de opkomst van internet als verkoopkanaal ook de vintage meubelhandel ingrijpend zou veranderen en die verwachting is uitgekomen. Godrie: “Je hoeft een aap niet te leren klimmen, er worden op tientallen websites nieuwe klassiekers aangeboden en er is een enorme halfparticuliere handel. De lol om een oud origineel meubel te pakken te krijgen is er door de handel op internet en de bewijslast dat je inderdaad een origineel hebt inmiddels ook wel af.” De Barcelona-stoel die Mies van der Rohe in 1929 ontwierp voor het Duitslandpaviljoen op de wereldtentoonstelling te Barcelona, beleeft dezer dagen de voorlopige piek van zijn populariteit. Aangejaagd door de frequente verschijning in talloze televisieprogramma’s, woonglossies en hippe commercials van de karakteristieke, royale gecapitonneerde leren kussens op een rank stalen onderstel, is de stoel in vele kwaliteiten en prijzen te koop. “Je kunt in China een Barcelona-stoel voor honderdtachtig dollar kopen,” weet John de Vries. Vanaf de etalageruit van zijn winkel Silken in Voorschoten staart het gezicht van ontwerper Charles Eames de bezoeker aan, de voor de deur geparkeerde bestelwagen van Silken heeft het silhouet van een Barcelona-stoel op de zijkanten. In de winkel staan dan ook louter designklassiekers uitgestald. Het bijzondere is dat De Vries de Barcelonastoelen in verschillende uitvoeringen aanbiedt. Naast een versie van duizend euro prijkt een stoel van achttienhonderd euro, die weer een natuurgetrouwe kopie is van de ook geetaleerde ‘officiële’ versie van vijfduizend euro. Sterker nog, De Vries heeft zelfs een zadelleren versie van elfduizend euro in de verkoop. “Ik denk dat de koe die dat leer geleverd heeft altijd in een warme stal gestaan heeft,” grinnikt De Vries. Dat er zich af en toe ook een klant meldt voor een stoel van ruim vijfduizend euro in plaats van een getrouwe kopie die de helft kost, kan hij zich een beetje voorstellen. “Sommige mensen hebben meer vertrouwen in het origineel. Ik ook, als het om velgen voor mijn auto gaat. Als ik met spotgoedkope velgen, die ze in India langs de kant van de weg maken, honderdtachtig ga rijden in mijn auto speel ik met mijn leven. Wanneer je een hele slechte stoel koopt heb je de kans dat je er doorheen zakt. Dan zit je nog altijd op de grond. Ik bedoel maar, je leven hangt er niet van af. Aan de andere kant, je kunt ook niet verwachten dat iemand een goede Barcelona stoel voor honderdtachtig dollar kan maken, dat kan zelfs een Chinees niet. Er is in de goedkope versies plastic verwerkt, de koorden zijn van kunstleer en de knoopjes van plastic. Het leer dat er op zit is van beroerde kwaliteit. Maar als je een goede replica als deze vergelijkt met de Knoll-uitvoering bestaat het verschil voornamelijk uit de ingeweven firmanaam aan de onderkant en de gegraveerde handtekening. Ook van deze replica is het staal overal twaalf millimeter dik. Geen wonder, dit frame komt uit dezelfde fabriek als dat van de originele stoel.” De Vries vindt dat het ‘officiële’ design onnodig duur is: “Als je een Fiatje 500 voor zestigduizend euro aanbiedt, vraagt iedereen of je wel goed bij je hoofd bent. Ik vind vijftienduizend euro al een hoop geld. Als je kijkt wat het kost om een stoel te produceren heb ik er moeite mee om te aanvaarden dat daar zoveel geld voor betaald moet worden alleen maar omdat het een designstuk is. Ik heb hier het tafeltje van Eileen Grey staan. Dat is gefabriceerd zonder enige concessie te doen in materiaal en verwerking. Ik verkoop het voor 145 euro, het origineel kost 700 euro. Dat gaat helemaal nergens meer over en het grenst aan oplichting.” Gezien het ruimere aanbod in winkels als Silken is Knoll blijkbaar minder fel op het kopiëren van de Barcelona stoel dan Cassina dat is op de Corbusier-versies. Godrie van Bebob betwijfelt dat overigens, hij is ervan overtuigd dat iedereen uiteindelijk een kostbaar bezoek van een Knoll-advocaat boven het hoofd hangt. Dat ook De Bijenkorf tot voor kort een replica Barcelona-stoel verkocht wordt door menigeen aangevoerd, altijd in combinatie met de prijs die het warenhuis ervoor vroeg: 3400 euro. “En het was nog een matige replica ook,” weet De Vries. Eigenlijk zit die denigrerende term replica hem dwars en daar staat hij onder zijn collega’s niet alleen in. “De Barcelonastoel werd in 1929 in de Berliner Werkstatte gefabriceerd. Welbeschouwd kun je alleen bij het prototype van een origineel spreken en zou je bij elk ander fabrikaat van dezelfde stoel in een andere fabriek met een replica te maken hebben.” Ook over de beroemde aluminiumstoelen van Charles en Ray Eames bestaat die controverse. De oorspronkelijke fabrikant is het Amerikaanse bedrijf Herman Miller. Die heeft nog altijd de licentie voor Amerika. Vitra heeft het Europese monopolie voor dezelfde producten, maar dan in Italië gefabriceerd. Niet alleen is Vitra duurder, kenners kunnen ook punten aanwijzen waar Vitra afwijkt van het originele ontwerp waar Miller zich wel aan houdt. Er zijn dus puristen die alles op alles zetten om een Miller-versie van hun favoriete Eames stoel te bemachtigen, zelfs al komt die via allerlei in- en uitvoer kuiperijen op hetzelfde bedrag uit als de Vitra versie. Veel geld uitgeven is allerminst de drijfveer van het legioen replicalustigen en daar wordt door de websites dan ook driftig op ingespeeld. De hoogste kortingen op de toch al onwaarschijnlijk lage prijzen op de vele websites voor niet officiële versies van designmeubels gelden combinaties van bijvoorbeeld een LC2 stoel, een ligstoel van Le Corbusier en een Eileen Grey-tafeltje of de complete leren stoelenserie van Le Corbusier in één koop. Het is nog maar de vraag of Le Corbusier, die immers zo graag voor de massa wilde produceren, zich in zijn graf heeft omgedraaid doordat zijn ontwerp langs deze weg binnen ieders portemonnee past. En Van der Rohe, zou die bozer geweest zijn toen men het door hem in 1929 ontworpen Duitslandpaviljoen in Barcelona afbrak -waar ook zijn gelijknamige stoel voor het eerst te zien was- of om wat er nu op die plek staat: een exakte replica van datzelfde paviljoen.

Echt of nep  HP De Tijd